Teksten
> Voorstellen voor de integratie van een kunstwerk
Voorstellen voor de integratie van een kunstwerk
51N4E / Goele De Bruyn / Anouk De Clercq / Koenraad Dedobbeleer / Stefaan Dheedene / Lieve D’hondt / Simona Denicolai & Ivo Provoost / Christoph Fink / Frederic Geurts / Geert Goiris / Aernoudt Jacobs / Jean Bernard Koeman / Boris van Nes / Hans Verhaegen / Leen Voet
In 2003 nam Netwerk zijn intrek in de nieuwe infrastructuur en verkoos
– mede om budgettaire redenen – om die te verbouwen, aan te
passen en te laten groeien op het ritme van de activiteiten. De Vlaamse
Gemeenschap kende aan Netwerk vzw een infrastructuursubsidie toe voor 2004,
2005 en 2006. Een bepaald percentage van de verbouwingskosten wordt nu gereserveerd
voor de integratie van kunst in het gebouw. Voor de realisatie van het kunstwerk
zijn een aantal kunstenaars die eerder in Netwerk actief waren, uitgenodigd.
Bij de selectie is een grote verscheidenheid nagestreefd: 51N4E, Goele De
Bruyn, Anouk De Clercq, Koenraad Dedobbeleer, Stefaan Dheedene, Lieve D’hondt,
Simona Denicolai & Ivo Provoost, Christoph Fink, Frederic Geurts, Geert
Goiris, Aernoudt Jacobs, Jean Bernard Koeman, Boris Van Nes, Hans Verhaegen
en Leen Voet.
Hun voorstellen worden – in dezelfde periode als de tentoonstelling
van Jan de Vries – over het hele gebouw gepresenteerd. Een jury zal
een van de voorstellen selecteren om binnen Netwerk gerealiseerd te worden.
Naar aanleiding van dit project vond een gesprek plaats tussen Paul
Lagring, de artistieke directeur van Netwerk, en Bram Van
Damme, medewerker reflectie
Interview
Als ik het goed begrepen heb, vormt het project Kunstintegratie in de eerste
plaats een aanleiding en niet echt een thema. In Frankrijk bestaat de één
procent regel, die zegt dat bij iedere openbare constructie één
procent van het totale budget vrijgehouden moet worden voor de integratie
van kunst. Dan spreken we natuurlijk over grote bedragen. Maar je hoort
soms de kritiek dat een financieel quotum voor kunst niet noodzakelijk garant
staat voor kwaliteit. Is die discussie aanwezig in het project van Netwerk?
P.L.: Ik vind het moeilijk om kunstintegratie nu als een apart thema te
beschouwen. We zijn eigenlijk voortdurend met de integratie van kunst bezig.
Het is dus vooral een mooie gelegenheid voor een tentoonstelling. De kunstenaars
kennen Netwerk en het gebouw zeer goed; sommigen hebben door hun ingrepen
tijdens de eerste groepstentoonstelling in Netwerk bijgedragen aan de ontwerpen
van architect Eugeen Liebaut (NEW, 2003, met o.a. Goele De Bruyn en Hans
Verhaegen). Kunstintegratie: ik weet niet zo goed of ik daar nu voor of
tegen moet zijn. Maar het is nu eenmaal zo dat van het volledige budget
voor de verbouwingen, en niet alleen van het subsidiebudget, een percentage
gereserveerd wordt voor kunstintegratie. Het is een uitdaging om daar op
de juiste manier mee om te gaan. Ik bekijk dit met een open vizier en met
veel verwachtingen. In ieder geval, het moment waarop het gebeurt, betekent
veel voor ons. Netwerk heeft een bewogen geschiedenis gekend; en de verbouwingswerken
zijn nu in een definitieve fase terechtgekomen. Voor mij is die kunstintegratie
daarom een ware bekroning.
Wat zijn voor jou voorbeelden van kunstwerken die op een heel mooie
manier in een openbaar gebouw verweven zijn?
P.L.: Joëlle Tuerlinckx had een mooi project voor ogen: een soort van
vuurtoren die de interne activiteiten zou uitstralen van de brandweerkazerne
van Breda. Het voorstel is helaas nooit uitgevoerd, maar er zijn interessante
projecten verwezenlijkt in andere gebouwen van de architect Willem-Jan Neutelings.
Soms raken artistieke en architecturale belangen heel strak op elkaar afgestemd.
Een voorbeeld hiervan is de kunstintegratie van Patrick Merckaert in de
Havenbuilding in Antwerpen, waar hij zijn werk compleet geïntegreerd
heeft, niet alleen samen met de architect, maar ook in samenspraak met iedere
werknemer. Ieder bureaublad bijvoorbeeld kreeg een luik waar hij voor hen
een boek opborg. Alle betrokken partijen waren zeer tevreden over dat project.
Wij nodigen de kunstenaar pas uit op het moment dat de renovatiewerken bijna
voltooid zijn. De dialoog tussen kunstenaar, architect en ontwerper zal
niet letterlijk deel uitmaken van het project, maar de vroegere ervaringen
van kunstenaars in Netwerk hebben toch hun invloed gehad op het ontwerp
van Eugeen Liebaut.
De dialoog tussen gebouw en kunstenaar ligt aan de basis van Netwerk
zoals het nu is.
P.L.: Met de architect is altijd zeer goed overlegd geweest hoe het gebouw
ontwikkeld moest worden. Mijn eigen ervaring als interieurarchitect heeft
daarin zeker meegespeeld. Het is niet zo dat ik als een doe-het-zelver aan
de architect zeg hoe het moet; het was in feite een heel organisch proces.
Hij is op een zeer vrije manier met onze wensen omgegaan. In zijn eerste
ontwerpen heeft hij schitterende suggesties gedaan, die perfect aangepast
waren aan de dingen die er moesten gebeuren. Die voorstellen konden dankzij
onze ervaring onmiddellijk getoetst worden aan de realiteit.
Is het niet zo dat bij integratieprojecten de kunstenaar als een
opgelegde externe partner wordt beschouwd, die voor moeilijkheden kan zorgen.
Hij gaat met een bepaalde sérieux om met situaties waar sommige mensen
maar weinig begrip voor hebben …
P.L.: Dat is in sommige gevallen zo, maar het heeft er ook mee te maken
dat een kunstenaar niet op dezelfde manier opgeleid is als een architect.
Hij is misschien geen diplomaat, terwijl dat op bepaalde momenten wel nodig
is. Ik merk dat bij onze architect. Hij heeft in zijn carrière een
verfijnd gevoel voor diplomatie ontwikkeld. Uiteindelijk is het de dagtaak
van een architect om er op een diplomatieke manier voor te zorgen dat de
technici doen wat hij voor ogen heeft. Kunstenaars hebben die ervaring vaak
nog niet, of missen het geduld of het doorzicht …
Ja, en dat terwijl je zin krijgen soms de hoogste vorm van kunst is. Ik
vind het bijvoorbeeld heel erg interessant hoe iemand als Christo dat in
zijn projecten verwerkt heeft. Wellicht is één van zijn wapens
ook dat zijn grootschalige projecten tijdelijk zijn, nietwaar? Zelfs bij
geslaagde integratie is het heel moeilijk om een kunstwerk op lange termijn
in ere te houden – ik denk nu bij voorbeeld aan de Brusselse metro.
Op het moment van de onthulling zit de presentatie volledig goed, maar vijf
jaar later moet je vaststellen dat het spijtig genoeg allemaal heel fragiel
is…
P.L.: Wat ons betreft lost Geert Goiris dat bijvoorbeeld op een heel mooie
manier op. Zijn voorstel is om heel Netwerk – het volledige gebouw
en de straten er rond - te bedekken onder een tapijt van kunstmatige sneeuw
en die filmische situatie vervolgens te fotograferen. Dat is een tijdelijke
ingreep, maar de foto’s blijven uiteraard wel bestaan. Die gebeurtenis
op zich – waarvan ik me kan inbeelden dat die indrukwekkend zal zijn
– is uiteraard belangrijk, maar het resultaat blijft eerder bescheiden
van omvang: een foto om aan de muur te hangen. Die manier van denken spreekt
me heel erg aan. Alles hangt natuurlijk af van het individuele voorstel
van de kunstenaar. Als ik bijvoorbeeld denk aan Frederic Geurts –
en dan kom ik terug op Christo – dan weet ik dat die eerder grootschalig
denkt. Zijn projecten zijn ondertussen gegroeid tot ontzaglijke installaties,
maar hij kan altijd terugvallen op een uitgewerkt technisch plan. Wij zullen
er wel over waken dat het werk in de juiste toestand bewaard wordt…
Misschien is permanent ook een zwaar woord in de context van een
kunstencentrum: de grens tussen het tijdelijke en het permanente is hier
wat minder uitgesproken. Permanent betekent ook niet hetzelfde als definitief.
P.L.: Ja, het kan geen kwaad die notie te relativeren. Er zijn sommige dingen
die werkelijk altijd overleven, maar voor mij is dat niet het belangrijkste.
Het kan ook zijn dat iemand een integratieproject uitvoert dat zichzelf
oplost: ik zou daar niet a priori tegen zijn… Een permanent kunstwerk
mag niet in de weg staan van andere kunstenaars. Hoewel een ingreep ook
op zo een manier kan gebeuren dat er een bescheiden dialoog ontstaat tussen
een tijdelijke en een permanente ingreep. Het kan een wezenlijk deeltje
van het gebouw worden dat volledig tot de constructie behoort… Tegelijk
blijft er ook altijd een soort verantwoordelijkheid, je blijft mede-eigenaar
van het werk van de kunstenaar. Wij kunnen maar proberen om dat te verzorgen
en te koesteren, maar het zal nooit onze unieke eigendom worden.
Welke projecten kunnen nu al vrijgegeven worden?
P.L.: De projecten zijn nog niet ingediend en afgewerkt, maar je kunt misschien
zelf al bepaalde projecties maken als je de namen van de kunstenaars ziet.
Wanneer Frederic Geurts uitgenodigd wordt, kun je er met enige zekerheid
van uitgaan dat hij iets op het dak gaat doen. En Lieve D’hondt werkt
met de afmetingen van het gebouw. Als zij haar voorstel kan realiseren,
kan de integratie een nieuwe stap in haar oeuvre betekenen. Leen Voet denkt
eraan een tekening te maken in het appartement: op dat moment richt zij
die plek in en dat is voor mij op zich al heel waardevol. We kunnen mensen
die wereld laten zien, in plaats dat dit zomaar een afgesloten appartementje
blijft Ik zie het project kunstintegratie ook als een goede aanleiding voor
een groepstentoonstelling, waarin het gebouw het centrale personage wordt.
Het projectmatige van voorstellen creëert een bepaalde vrijheid, als
een oefening in virtualiteit. Alhoewel, misschien zijn er bij de ingediende
projecten tien of vijf zo goed dat ze per definitie niet virtueel zullen
blijven. De moeilijkste opgave van het project was eigenlijk de selectie:
mijn eerste lijst was echt heel lang. Misschien zijn er geen objectieve
redenen om iemand niet te vragen en andere wel, alleen is er altijd een
intuïtief aanvoelen dat bepaalde kunstenaars ideeën klaar hebben
die in een bepaalde situatie toepasbaar zijn.
Kun je ook al iets over de samenstelling van de jury zeggen?
P.L.: Er is nog geen definitieve lijst, maar Eugeen Liebaut, als architect
van het gebouw met zijn
kennis van het ontwerp en het gebouw, wil ik er
heel graag bij, net als architect Christian Kieckens,
met zijn kennis van de stad. Zijn project
voor onze buurt en de rol die wij daar kunnen in
spelen, maakt dat we zijn oordeel belangrijk vinden.
Een adviseur van de Bouwmeester, ervaren
met kunstintegratie, zal zeker ook aangesproken
worden. Ik denk ook aan een kunstenaar als
onafhankelijk lid van de jury… ik wil er zelf ook
graag bij zijn om bepaalde voorstellen te kaderen.
Maar de beslissing ligt wel bij de jury zelf:
ik voel me persoonlijk niet geroepen om één project
boven alle andere te stellen.
13/01/07> 17/02/07
